Taalgevoeligheden

08 – April 2021 – Ruud Abma - OPINIE

velizar ivanov ZyZpGNgq37Y unsplashIn Nederland hebben we een geestelijke gezondheidszorg. Daar wordt hulp geboden aan mensen met psychische problemen of stoornissen. De laatste tijd lezen we steeds vaker dat mensen problemen hebben met hun mentale gezondheid. Damiaan Denys gaf bijvoorbeeld zijn nieuwste boek als ondertitel mee: ‘De paradox van de mentale zorg’. Dit moet wel een anglicisme zijn: wat wij ‘geestelijke gezondheid(szorg)’ noemen, noemen de Amerikanen ‘mental health (care)’. Tot voor kort gebruikten wij ‘mentaal’ niet op die manier, we spraken meestal van ‘psychisch’.

Lichaam en geest gescheiden?
Gemeenschappelijk aan ‘mental’ en ‘psychisch’ is dat beide termen dienen ter onderscheiding van ‘somatisch’ (net als het ‘geestelijk’ in geestelijke gezondheidszorg). Dat is een begrijpelijk, maar een in wetenschappelijke zin dubieus onderscheid: hoe grens je het lichaam af van de psyche? Ook in onze eigen beleving zijn psychisch en lichamelijk amper uit elkaar te halen. Daar zitten we mee want je krijgt het niet weg door te zeggen ‘we moeten het onderscheid tussen psychisch en lichamelijk opheffen’, want door het zo te formuleren bevestig je het onderscheid opnieuw!

Psychiatrisch imperialisme
Het gebruik van ‘mental’ in de Angelsaksische wereld gaat ver terug: in de 19e eeuw sprak men er al van ‘mental hygiene’, wat in het Nederlands dan werd: ‘psychische hygiëne’ of zelfs ‘psycho-hygiëne’. Het adjectief ‘mental’ gold dan als teken dat er geen sprake was van een ernstige stoornis, want daarvoor gebruikte men ‘psychiatric’ (als in: psychiatric disorders). Men wilde ook later (onder invloed van de psychoanalyse) met de term ‘mental’ de lichtere – tegenwoordig zegt men in Nederland, opnieuw in navolging van de Angelsaksen, ‘mildere’ – psychische aandoeningen er onder vangen. 

velizar ivanov m H7ID7Ys8s unsplash 2Maar sinds het begin van de jaren vijftig wordt in de psychiatrie de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) gebruikt. Dat kan men zien als een imperialistische actie van de psychiatrische beroepsgroep, die wilde voorkomen dat psychologen zich op het veld van de psychische problemen (laat staan dito stoornissen) een plaats zouden veroveren. Geen ‘psychological disorders’ dus, maar ‘mental disorders’. Merk op dat ‘mental’ hier vooral op problemen en stoornissen betrekking heeft, dus niet op het psychisch functioneren van gewone personen (volgens Freud bestaan die niet, volgens de niet-Freudiaanse psychologie wel). 

Trimbos
Ik kan wel begrijpen dat men in Nederland gaandeweg de uitdrukking ‘geestelijk’ is gaan vermijden voor psychische zaken. Het riekt naar de tijd waarin dominee en pastoor het nog voor het zeggen hadden. Die hadden een hekel aan het woord ‘psychisch’, want dat riep de associatie op met psychotherapie of – nog erger – psychoanalyse. Psychiaters waren de concurrenten van de geestelijkheid, en vooral in katholieke kring werden zij gezien als voorvechters van een meer liberale omgang met seksualiteit. Sommigen waren dat ook, zoals de katholieke psychiater Kees Trimbos, die met zijn ‘verloofdencursussen’, ‘huwelijksscholen’ en radiocauserieën de ergste kramp uit de ontmoeting der geslachten probeerde te halen. 

Het was een goede vondst van Trimbos en zijn medestanders om dit alles te benoemen als ‘bevordering van de geestelijke gezondheid’. Hij gebruikte zo een vertrouwd woord om iets nieuws (iets anders, ook) ingang te doen vinden. De bisschop kon immers moeilijk zeggen dat hij tegen de bevordering van geestelijke gezondheid was. En zo gebeurde het dat bisschop Bekkers in maart 1963 in een uitzending van Brandpunt verkondigde dat het huwelijksleven (en dus ook geboortebeperking) – o gruwel! – een zaak van de gehuwden zelf was. Door Trimbos was Bekkers ervan overtuigd geraakt dat geestelijke gezondheid belangrijker was dan volgzaamheid.

Emoties
velizar ivanov URiQdp8g0TI unsplashHeden ten dage wordt het gebruik van ‘geestelijk’ gevoeld als ouderwets, juist vanwege de connotatie met religieuze zaken. ‘Mentaal’ klinkt moderner, al was het maar doordat de  Amerikanen het woord ook gebruiken. Het heeft echter een belangrijk nadeel: het suggereert dat we in de eerste plaats te maken hebben met cognitieve problemen. Er is iets mis met het denken, en dat kunnen we verhelpen (bijvoorbeeld met cognitieve gedragstherapie). Als mensen in de knoop raken spelen emoties – een typisch psychosomatisch fenomeen – echter een hoofdrol. Wie dan spreekt van ‘mentaal’, slaat de plank mis. Met het woord ‘psychisch’ wordt dat aspect niet perfect, maar wel beter benaderd.

Laat daarom ieder die, onnadenkend de huidige trend volgend, wil gaan opschrijven ‘mentale problemen’ of ‘mentale gezondheid’ even op de rem gaan staan en vervolgens kiezen voor ‘psychische problemen’ of ‘psychische gezondheid’. Dat is toch beter.

 

Ruud Abma is psycholoog en wetenschapshistoricus