6e Deviant debat

omkijken naar het oosten
Van Heiloo tot Leipzig

In de tijdschriften over geestelijke gezondheidszorg worden we overspoeld
met Angelsaksische voorbeelden en auteurs. Zo bracht onlangs het
Rehabteam van Mentrum nog een bezoekje aan New York. Waarom niet aan
Berlijn, vraag je je af.
Duitsland heeft veel te bieden als het gaat om vermaatschappelijking,
arbeidsrehabilitatie en non-conformistische voorzieningen. Duitsers en
Nederlanders hielden een vriendschappelijke interland tijdens het zesde
Deviant debat.

Dagvoorzitter Gee de Wilde heette iedereen van harte
welkom en brak het ijs met een woordspeling: “Omkijken naar het
Oosten, en in het Duits is dat dan Blick nach Westen.”
Plaats van handeling was cultureel centrum de Rode Hoed aan de
Amsterdamse Keizersgracht, terwijl de lentezon weerkaatste op de schilderachtige
gevels. De deelnemers kwamen uit alle hoeken van Nederland en
Duitsland en waren naar later bleek voor het merendeel ervaringsdeskundigen.
De sfeer tijdens het eerste kopje koffie tussen de deelnemers in strak
(mantel)pak met stropdas en slobbertrui met rugzak was informeel en
ongedwongen.
In de fraaie en grote zaal werd het debat geopend door Andrée van Es, exparlementariër,
momenteel voorzitter van GGz Nederland. Behoedzaam
sprak ze uit dat het bijna mode is om cynisch te doen over vermaatschappelijking.
Ze onderstreepte het advies van de Task Force Vermaatschappelijking
en wees erop dat hierin het begrip ‘psychiatrische handicap’ is geïntroduceerd.
Dat betekent dat dit Europese Jaar van mensen met een
handicap nadrukkelijk ook de GGz betreft. Centraal staat het i-woord
(integratie). Ze wenste de zaal een inspirerende dag toe.

Hervormingen in Duitsland
Detlef Petry schetste een van de vreselijkste gebeurtenissen in de Duitse
psychiatrie die plaatsvond ten tijde van het nationaal-socialisme in het Derde
Rijk: 350.000 mensen werden onder dwang gesteriliseerd en circa 140.000
bewoners van de Duitse instellingen werden in het kader van ‘die
Endlösung’ vermoord. Vervolgens schetste Petry in vogelvlucht de ontwikkelingen
na de oorlog, waar men opnieuw begon ‘alsof er niets gebeurd
was’. Opmerkelijk aan de lezingen van Detlef Petry is dat hij spreekt in de wijvorm
waarmee hij, wellicht onbedoeld, geen onderscheid maakt tussen hulpverlener
en cliënt. Door het gebruik van de wij-vorm legt hij op subtiele wijze de
nadruk op ‘gezamenlijke verantwoordelijkheid’. Petry legde allerlei verbanden
tussen Duitse hervormers en auteurs en noemde de twee ‘paradijsvogels’
van de Duitse psychiatrie Dörner en Nouvertne. Hij besloot met een
oproep om de hedendaagse economisering en protocollisering te relativeren en
het primaat te leggen bij de persoonlijke, alledaagse en regionale ervaring.

Herstel
Wilma Boevink wees erop dat cliëntenparticipatie in Nederland, in tegenstelling
tot Duitsland, wettelijk geregeld is. Toch valt er nog wel het een en
ander op af te dingen. Cliëntenparticipatie komt volgens haar neer op
het meedoen in het reguliere GGz-aanbod, zonder veel invloed en zonder dat
de machtsverhoudingen veranderen. Volgens haar ontbreekt het voor een
inhoudelijke inbreng aan menskracht, middelen en een collectief ‘body of
knowledge’.
Boevink zoekt andere wegen. Ingetogen schetste ze een aantal ontwikkelingen
die de positie van cliënten kunnen versterken. Zo zijn er leergangen
ontwikkeld om de eigen ervaringen als cliënt beroepsmatig in te zetten.
Later in de workshop cliëntenparticipatie werd hier verder op ingegaan met
als voorbeeld het Wegloophuis in Berlijn. Boevink ziet ook hoop in
zelfhulpgroepen en cliëntgestuurde projecten. Varen op eigen kracht, in plaats
van te reageren op andermans agenda.
Inspirerend was haar verslag over het herstel-project (zie de boekbespreking
van Nona op blz. 30 in dit nummer). De lezing van Wilma Boevink is in dit
nummer afgedrukt op blz. 10). Wolfgang Werner, voorvechter
van ‘Offene Türe’ en ‘Gemeindepsychiatrie’, was duidelijk onder de
indruk van de lezing van Wilma: “Sie haben mir aus dem Herzen gesprochen,
persönlich und professionel”. Aan gemeenschapszin moet gewerkt
worden, zo stelde hij. Hij noemt dit sociaal-politiek werk, en vindt dit een
taak van alle mensen die in de geestelijke gezondheidszorg werkzaam zijn.
Wanneer men op sociaal-politiek gebied iets wil bereiken is respect - de
behoefte van de ander serieus nemen - de basis van succesvol handelen. Bij
sociaal-politiek werk behoren ook discretie en transparantie: “Alles waaraan
andere mensen moeten meewerken ter ondersteuning van het psychiatrisch
werk dient eenvoudig en begrijpelijk te worden geformuleerd.”

Debatte im Plenum
Gee de Wilde nodigde de zaal uit om over projecten te vertellen die de moeite
waard zijn voor mensen aan de andere kant van de grens. “Maar ook, wat zijn
uw drijfveren.” Drijfveren vertaalde hij in ‘Triebfeder’, waarmee hij met zijn
brede lach de zaal losmaakte van het inspannende luisteren.
Heel dapper werd het woord genomen door een mevrouw die
vertelde over haar ervaringen met een zelfhulpgroep die ze samen met haar
tweelingzus had opgezet voor vrouwen die slachtoffer waren van seksueel
geweld. De groepen gaan heel goed. De vrouwen ontvangen subsidie om er
mee door te gaan.
Rosemarie Hase uit de voormalige DDR vroeg aan de zaal of men hier ook
innerlijke conflicten kent door verschil in culturele identiteit. Voor haar is het
voormalig Oost-Duitse zijn een thema in haar dagelijks bestaan, maar ze heeft
het gevoel dat dit thema in de psychiatrie genegeerd wordt. West heeft
bijvoorbeeld 230 ziekenfondsen en Oost maar één.
Wij hebben ook culturele verschillen, stelde Jan Verhaegh met zijn
sappige accent: “Laatst vergeleek een Hollander Limburg met een appendix:
van weinig nut en als je er last van krijgt snij je hem weg.” Boven de grote rivieren
wordt je niet helemaal voor vol aangezien.
Kurt Bader uit Lüneburg stelde dat integratie twee kanten heeft. Als hij
bijvoorbeeld langs het activiteitencentrum komt in zijn buurt, wordt hij
altijd luidruchtig en hartelijk uitgenodigd op de koffie. Dat is absoluut
niet normaal. Toch zou Bader het liefst zien dat hier de normaliteit zich zou
aanpassen aan het abnormale.
Tegen het einde van het debat concludeerde Doortje Kal: “We zijn wel
allemaal mensen. Maar er zijn ook verschillen tussen mensen. Deze verschillen
leiden soms tot uitsluiting. We moeten zoeken naar een cultuur waarin
een verschil, afwijkend gedrag, geen aanleiding geeft tot uitsluiting.”
Iedereen was het er over eens dat als we echt naar een kwalitatief betere zorg
willen de ervaringsdeskundige een grote rol moet krijgen.
Na de presentatie van het boekje Dat de mens de mens tot steun is,
het psychiatrisch alfabet van Wolfgang Werner dat eerder in 26 afleveringen verscheen
in Deviant, was het plotseling pauze. Heerlijke broodjes, salades, fruit en
drankjes stonden op de lange tafels in de ruime foyer vorstelijk uitgestald. De
sfeer was ontspannen en er werd druk met elkaar gepraat, nu zonder hulp van
tolken, maar wel met veel gebarentaal.

Saarland
Wolfgang Werner vertelde in de workshop Vermaatschappelijking dat in
Saarland, waar een miljoen mensen wonen, de staatsinrichting is opgeheven.
In plaats hiervan zijn er nu zeven subregionale centra. Elk psychiatrisch
centrum is geïntegreerd in een normaal ziekenhuis. Deze zeven centra
zijn ook verantwoordelijk voor de ambulante zorg en deeltijdbehandeling.
Het zijn integrale teams. In Duitsland zijn geen woningbouwverenigingen
maar worden de woningen verhuurd door particulieren. Er werden huizen
gehuurd waarin mensen alleen, met z’n tweeën of vijven wonen. Naast het
wonen kreeg ook arbeid een plek. De mensen dachten als we weten hoe we
een huis moeten huren en onderhouden dan lukt dat ook wel met werk.
Matthias Heissler, geneesheerdirecteur van de psychiatrische afdeling
in Geesthacht, viel op door de warme manier waarop hij vertelde over de hulp
aan moeilijke mensen en de individuele en creatieve oplossingen die worden
gevonden. Dit contrasteerde met sprekers van de Grote Rivieren uit Dordrecht
die in termen van organisatiestructuren en modellen praatten, waar
sommigen de kriebels van kregen.

Eigen stuurmanskunst
Bijzonder is de wijze waarop in Duitsland wordt omgegaan met dwang,
zo bleek in de workshop Dwang en drang. De isoleercel wordt veel minder
vaak toegepast dan in Nederland. Werner heeft de isoleercellen zelfs
afgeschaft en alle gesloten afdelingen geopend (Offene Türe!). Het alternatief
is menselijke aandacht: iemand die in crisis is wordt niet alleen gelaten. Voor
veel Nederlandse GGz-werkers is dit moeilijk voorstelbaar.
Ook in de workshop Visie op psychiatrie en psychisch lijden werd
gesproken over de inzet van ervaringsdeskundigen met als voorbeeld het
wegloophuis in Berlijn. De ervaringsdeskundige daar wordt betaald en zijn
of haar inzet blijkt beter te werken. “Een ervaringsdeskundige voelt meer
aan, weet beter wat er gezegd moet worden.” Een dringende vraag was: hoe
normaal moet je zijn om als ervaringsdeskundige te kunnen functioneren?
Hoe ver moet je psychiatrische ervaring achter je liggen, moet je ‘medicatievrij’
zijn? Kurt Bader waarschuwde: “Je hebt een psychiatrisch protocol, daar keren
jullie je tegen. Maar eigenlijk hebben jullie een antipsychiatrisch protocol. Is
dat ook niet onderdrukkend?”.
Kees Onderwater gaf een mooie afsluiting toen hij zei: “De Duitse aanpak
blijft naar mijn idee dichter bij het gewone: bottum up, zoals dat heet. Ze
sluiten aan bij wat er beweegt op de werkvloer. Als je naar de Nederlandse
situatie kijkt, dan zie je vaak mooie structuren die aangepast worden als er
weer wat gebeuren moet, inplaats van het initiatief te volgen op de werkvloer.
Het is mij niet duidelijk geworden of het aansluiten bij een algemeen ziekenhuis
de vermaatschappelijking bevordert, zoals ook in ‘Zorg van velen’
wordt aanbevolen. We moeten maar eens snel een kijkje gaan nemen in
Saarland.”
Ter plekke werd door Community Partnerships Consultants de studiereisbehoefte
gepeild. Het Deviant-debat zal vervolg krijgen in verdere uitwisseling.

Wim Kannekens.

Ga naar Archief:

NR. 61 PRIJS EURO 7,50 JAARGANG 16 - Juni 2009