Nieuwsbrief Deviant




 

'Cliënten hadden niets te vertellen'

23 juni 2016 • Timo van Kempen • FILMRECENSIE

Bewegingstherapie

Ga er maar aanstaan: op je 17e als verpleegkundige aan de slag in een groot psychiatrisch ziekenhuis, waar alle mogelijke patiënten door elkaar heen zitten. Cas Manshanden overkwam het in de jaren vijftig. In de film Opgenomen, psychiatrie zoals het vroeger was blikt hij samen met Johan Oosterbaan terug. Beide oud-verpleegkundigen zijn de tachtig gepasseerd en werken nu als rondleiders in het museum van Willibrord in Heiloo. Samenstellers Henk Maurits en Machiel Amorison zien de film als een ‘hommage’ aan de beroepsgroep van de verpleegkundigen. ‘Dat is een zwaar beroep.’ (Foto: de eerste bewegingstherapie in Willibrord in de jaren vijftig)

Korrelige zw/w beelden
Het katholieke Willibrord werd in 1929 opgericht voor ‘mannelijke zenuwlijders en zenuwzieken’. De instelling bood onderdak aan enkele honderden patiënten. Tot in de jaren zestig was de verpleging in handen van ruim honderd katholieke broeders. Vanaf de jaren vijftig werkte aan de dagelijkse verzorging ook een aantal ‘leken’ mee. Oosterbaan en Manshanden begonnen beiden in dat decennium als lekenbroeder. Over zijn beginjaren in de psychiatrie zegt Oosterbaan, zelf aangenomen als ‘leek nummer 19’: ‘Het hele leven was met de roomskatholieke religie doordrenkt.’

Manshanden en OosterbaanDe educatieve film Opgenomen, bedoeld voor opleidingen in de gezondheidszorg, heeft een menustructuur met hoofdstukken over uiteenlopende onderwerpen. Na steeds een korte inleidende informatieve tekst volgen korte interviews met de oud verpleegkundigen afgewisseld met fragmenten uit oude films en beelden van oude foto’s. De korrelige zwartwit filmbeelden van vroeger werken soms wat vervreemdend en zijn op andere momenten heel intiem. (Foto: links Johan Oosterbaan en rechts Cas Manshanden)

Bont gezelschap
Voor Manshanden was het aanvankelijk wel vreemd dat hij als 17-jarige leerling een witte jas aankreeg en het ineens voor het zeggen had. ‘De cliënten hadden niets te vertellen.’ Het was echter niet allemaal kommer en kwel in de jaren vijftig. De patiënten kwamen vaak uit armoedige omstandigheden. In Willibrord vonden zij niet alleen een dak boven hun hoofd, maar ook iedere dag een warme maaltijd op tafel en goede voorzieningen zoals stromend warm en koud water. Om die reden werden ook mensen naar de instelling gebracht die geen psychiatrisch patiënt waren, maar van wie de familie bijvoorbeeld was weggevallen.

En zo was een bont gezelschap verzameld in Willibrord. Onder de patiënten waren zowel alcoholisten als zwakzinnigen, schizofrene jongeren en dementerende bejaarden, neurotici en psychopaten. Iedereen liep door elkaar heen en verpleegkundigen hadden als taak om het allemaal in goede banen te leiden. Dat ging niet altijd zonder slag of stoot en er waren therapieën die door de tijd zijn ingehaald.

ZiekenzaalInsulinecomatherapie
In aparte hoofdstukken maken we kennis met badtherapie, arbeidstherapie, de insulinecomatherapie, elektroshocks, medicatie en therapeutische castratie. Naar hedendaagse begrippen en inzichten komen oude behandelvormen er niet altijd goed vanaf. Opgenomen plaatst ze echter in het perspectief van de toen geldende inzichten. Bij de insulinecomatherapie valt bijvoorbeeld op dat er zeker ook integere en serieuze ambities waren bij de behandelaars. Zo gingen patiënten direct na het coma creatief aan de slag. Met name de uitbeelding van de visioenen ten tijde van het ontwaken werd als betekenisvol gezien voor verdere therapie.

Onschuldiger was de badtherapie waarbij mensen dagenlang in warm water moesten zitten omdat dit rustgevend zou werken. Oosterbaan herinnert zich het insmeren van patiënten met vettige zalf zodat de huid niet te week werd, maar ook de glibberpartijen die dreigden te ontstaan als iemand in of uit bad moest.

'Wat voor middel had je? Niks'
Manshanden vertelt dat er in zijn beginjaren nogal wat knokpartijtjes waren en dat veel mensen met levendige wanen en hallucinaties rondliepen. Hij beschrijft hoe in de jaren vijftig met de komst van de psychofarmaca rust op de paviljoens kwam. Dat was een belangrijke doorbraak, want het gebruik van spanlakens en separeren voelde toch al nooit lekker, ook niet nadat de regels strenger waren geworden, aldus Oosterbaan.

BroedersZijn oud-collega Manshanden geeft over het separeren van weleer openhartig toe dat het soms ‘op de grens van straf zat’. ‘Maar het gaf ook weleens een rustig gevoel want je had soms veertig mensen en als er dan zo’n raddraaier tussen zat, dan moest je soms toch op een gegeven moment zorgen dat de rust weer een beetje terugkeerde. En wat voor middel had je?’ Oosterbaan vult aan: Niks. Je had niks’.

Eigen Willibrord-schoen
De grootschaligheid van de inrichting Willibrord, die deels zelfvoorzienend was, is exemplarisch voor de oude instituties van de psychiatrie. Er was een schoenmakerij en zelfs een eigen Willibrord-schoen die patiënten kregen aangemeten. Behandelwijzen waren indertijd vaak revolutionair, maar werden later door de antipsychiatrie en samenleving als controversieel gezien. De laatste twee hoofdstukken van Opgenomen handelen over de jaren zeventig waarin de antipsychiatrie haar intrede deed. De oude psychiatrie ging op de schop en werd ingeruild voor innovaties, democratisering en ontmanteling van grote inrichtingen.

De vraag hoe zij de antipsychiatrie hebben beleefd, maakt heel wat los bij Manshanden en Oosterbaan. Manshanden staat positief tegen de nieuwe tijd in de psychiatrie, maar vindt de discipline van vroeger niet altijd en voor iedereen slecht. ‘Voor veel mensen is het nu stukken beter, maar er is toch ook een categorie waarvoor ik denk “was het nog maar als vroeger”.’

De documentaire Opgenomen duurt 40 minuten en is te koop in de museumwinkel van Het Dolhuys voor € 14,95. Bestellen kan ook via mediatheek[at]hetdolhuys.nl. Een trailer van de film is te zien op https://www.youtube.com/watch?v=YrpjxiFu4NM